Menu

Pionieren

Oude ideeën vernieuwd

De protestantse kerken kennen steeds meer experimentele plekken, waar ze ‘kerk’ proberen te herdefiniëren en te hervestigen in een omgeving waar deze niet of nauwelijks meer aanwezig is. Dit artikel beschrijft enkele oude en nieuwe pioniersplekken.

Fietsend door Frankrijk zie ik oude abdijen traag…
Mijn pelgrimstocht naar Santiago begon in november jl. zo’n 450 km naar het zuiden. Van de Leffe-abdij in Dinant aan de Maas fietste ik naar de prachtige oude Sainte-Marie-Madeleine in Vézelay. Onderweg was ik te gast in diverse oude kloostergemeenschappen. Onder het fietsen en tijdens de Vespers en Lauden (in de Franse taal) bedacht en schreef ik dit artikel. De reis bleek een gouden kans om oude en nieuwe vormen van christelijke gemeenschappen naast elkaar te zetten en te vergelijken. En laat ik de conclusie meteen maar weggeven: Prediker heeft gelijk. Er is eigenlijk niet veel nieuws onder de zon.
Toch verschillen oude en nieuwe gemeenschappen ook wezenlijk van elkaar op onderdelen. Ik noem verschillen en overeenkomsten en probeer iets te zeggen over achterliggende motieven van de initiatieven.  

Foyer de Charité en Kleiklooster

In Baye staat een oud en groot kasteel. Zo’n 25 mannen en vrouwen wonen er samen, geïnspireerd door het gedachtegoed van Marthe Robin. Alle leden (twintig leken en twee priesters) hebben een gelofte van celibaat en armoede afgelegd. En de gemeenschap heeft als doel: liefdadigheid door het bieden van hulp, gastvrijheid en het faciliteren van retraitegroepen. “We bieden mensen gelegenheid voor het herontdekken van de weg van het geloof om steeds weer de vreugde en hernieuwd enthousiasme van de ontmoeting met Christus te ontdekken.” Het valt me op dat de gemeenschap in geestelijk opzicht echt wordt geleid door de twee priesters. En door de leken krijgt de organisatie en het geheel in gezamenlijkheid zijn vorm.

In de Bijlmer is het Kleiklooster. Zes naast en boven elkaar gelegen woningen worden bewoond door jonge christelijke stellen en er is een gastenwoning. Hun motivatie en werkwijze halen ze uit de woorden van Jezus, die zegt: ‘Wat je hebt gedaan voor een van de minsten van mijn broeders en zusters, dat heb je voor Mij gedaan.’ De overtuiging is dat geloof en handelen samengaan, een levenswijze vormt. “Wij geloven dat de woorden van het evangelie tot leven komen in daden van liefde en genade. Vanuit deze gedachte willen wij in en rondom het klooster actief zijn.” Het valt me op dat er bij dit project ook geen beroepskrachten betrokken zijn. Wel hebben enkele leden een theologische achtergrond

Je zult ongetwijfeld al overeenkomsten en verschillen hebben gezien. Ik noem hier nu enkel wat woorden die bij míj leven: diepe motivatie, toewijding, orthopraxie, gastvrijheid, gelegenheid bieden, actief zijn, leiding, beroepskracht.

Ik koos als voorbeeld het Kleiklooster, omdat het iets laat zien van een nieuwe stroming in protestantse kerken: de nieuwe monastiek. Waar Taizé in Frankrijk al decennia geleden startte, volgde later in Amerika Shaine Clayborne, die in een achterstandswijk een christelijke gemeenschap startte en een radicale levenswijze verkondigde voor ‘common radicals’. In Nederland vind je nu onder meer ‘t Nijkleaster en de inmiddels opgeheven 7e regelVia de websites vind je veel informatie over het gedachtegoed en inspiratiebronnen.
Tip: Lees over nieuwe monastiek de masterscriptie Gastvrije vreemdelingen.

De Broeders van de Hoop en de huiskerk van Barneveld

In het katholieke Charleville-Mézières aan de Maas startten de benedictijnen in 1969 in een arme wijk een kleine leefgemeenschap[2] voor ‘een gewijd Leven dat diep geworteld is in het voorbeeld en de leer van Christus, de Heer. Door te leven vanuit de karakteristieke kenmerken van Jezus – kuisheid, armoede en gehoorzaamheid – wordt in het midden van de wereld zichtbaar op welk een voorbeeldige en permanente wijze de gelovige is geroepen om terug te keren naar het mysterie van het koninkrijk van God, diens werk in de geschiedenis, in afwachting van de volledige realisatie ervan in de hemel.’ Een flinke volzin. De zeven broeders hebben die niet zelf bedacht, gezien hun manier van werken en taalgebruik.

De abt zei het veel simpeler: ‘Ons werk en ons gebed doen we voor God en mensen.’

’t Zijn acht mannen die een leefgemeenschap vormden, pastoraat aanbieden, in de wijk aan het werk zijn met onder meer het repareren van fietsen – veel eenoudergezinnen – en ‘beschikbaar zijn’. Niet levend achter hun muren, maar wel weer vijf uur per dag in de eigen kapel korte vieringen houden waar steeds buurtbewoners aanwezig zijn en in participeren. En het zijn korte vieringen… Want, zegt een broeder, ‘onze bezoekers kunnen echt niet lang stilzitten’. Bij m’n vertrek mocht ik niet betalen, ‘als ik maar voor ze bad, want geld was het probleem niet…’.

In het behoorlijk christelijke Barneveld begon zes of zeven jaar geleden een christelijk echtpaar hun leven te delen in intensieve betrokkenheid met mensen in hun buurt. Ze uitnodigen voor het eten, op bezoek gaan bij mensen met problemen. En er kwam ontmoeting op zondag: samen eten, praten en korte Bijbelstudies. Al snel haakten twee andere echtparen aan en kwamen er mensen tot geloof. Simpelkerk Barneveld was geboren.

‘Simpelkerk is een kerk in de huiskamer, kleine gemeenschappen die zorg dragen voor elkaar, het delen van het Evangelie in de directe omgeving en het uitleven ervan met als doel dat mensen groeien als gelovige en tot discipel van Jezus door onderwijs en training.’

Terug naar klein en eenvoudig

Ook hier zul je vast overeenkomsten en verschillen hebben ontdekt. Ik zie zelf: de kleine gemeenschap, werken vanuit een huis in de buurt, onderlinge zorg, gelegenheid scheppen voor ontmoeting, leven als discipel, geen beroepskrachten en heel veel toewijding.

Ik koos deze twee gemeenschappen omdat ze iets laten zien van een nieuwe ontwikkeling: die van de huis- of celkerk. Deze ‘kleine kerken’ kenmerken zich door in vrijwel alles anders te zijn dan de traditionele kerk, bijvoordeel in omvang, vorm en leiderschap. Er is veel contact met de buurt, veel openheid om nieuwe mensen erbij te betrekken, of ze nu christen zijn of niet, en een heel geringe vorm van organisatie. Ook kost het niet veel: 5000 euro per jaar is genoeg om als huiskerk soepel te draaien. De eigen websites geven heel weinig info: de meeste huiskerken werken ‘onder de radar’ en zijn wars van publieke zichtbaarheid omdat daarmee hun kerk te veel op een organisatie zou lijken. En juist de mensen op wie ze zich richten, moeten van de kerk als instituut niet veel (meer) hebben. Tip: Lees over huiskerken de masterscriptie Gods-huizen.

Waarom eigenlijk nieuwe kerkvormen?

Volgens mij zijn er minstens twee belangrijke redenen. Alan Hirsch noemt dit het missionaire en het strategische probleem van de kerk. Zie hier en hier.

  1. Het missionaire probleem is dat de meeste kerken (zo’n 95%) zich blijven richten op steeds dezelfde, maar kleiner wordende groep mensen. De meeste van deze mensen staan cultureel, geografisch en talig heel dicht bij ons.
    Deze methode is echter missionair eenzijdig. Het is een uitnodigend vorm: kom bij ons, doe met ons mee.
    Terwijl in Jezus de opdracht aan zijn leerlingen een andere beweging klinkt: Ga erop uit!
    Voor Jezus lijkt dit een basismethodiek te zijn: je ziet dat Hij zeventig leerlingen al meteen aan het begin van hun opleiding op snuffelstage stuurt. Jezus’ leven en methodiek zijn incarnationeel: mensen bereiken in hun leven en hun leefomgeving.
    In de traditionele kerk is die methodiek nauwelijks meer zichtbaar. En dit leidt tot…
  2. Het strategische probleem dat meer dan 60 tot 70% van de Nederlandse bevolking niet meer te bereiken is met onze traditionele vormen van kerk-zijn. Zo’n 95% van de kerken probeert met kerkdiensten, evangelisatiewerk en bijbalstudiekringen mensen te bereiken met het goede nieuws. Soms vraag ik me af of dit nog wijs is. Want we weten dat zelfs een deel van de eigen mensen steeds vaker afhaakt bij die vertrouwde vormen. Waarom zoeken we geen nieuwe wegen?

Hirsch schrijft: ‘60% of the population has no interest in identifying with the contemporary church’ en zegt: ‘Our world is becoming increasingly more complex. There are hundreds of sub-cultures. And as our culture becomes more and more divided – the reach of the church is diminished.’

De visie achter nieuwe kerkvormen

Het grootste verschil ten opzichte van traditionele kerken bij vrijwel alle experiment-kerken zit in de motivatie achter het doen en achter het zijn. Onderzoek van Alrik Vos toont dit aan in het onderzoek HOOP.
Starters en teams van nieuwe kerken kennen een sterke missionaire drive en een sterke focus op de missio Dei.

Hun keuze is enerzijds om de vorm van de klassieke kerk los te laten (en ook de nadruk van de kerk op orthodoxie) en anderzijds het leven met God en anderen in het alledaagse leven (de orthopraxis) opnieuw uit te vinden.

Iemand van hen zei me: ‘Ik heb veel te weinig voorbeelden gezien in mijn jeugd (N.B. binnen de kerk) van mensen die echt leefden als volgeling van Christus. Ze waren wel kerkgangers en gelovigen, maar je zag geen blijdschap en zo ontzettend weinigvan hun geloof in de praktijk. Ik zoek nu met anderen uit hoe ik dat zelf wél kan doen.’

Er zijn een aantal redenen voor mensen die in kerklabs actief zijn:

  1. de wens van betekenis te zijn voor niet-kerkleden en niet-christenen, voor de buurt en maatschappij
  2. de behoefte aan iets anders dan traditionele kerkdiensten;
  3. de wens om deel uit te maken van iets dat geen ‘lauwe gemeenschap’ is;
  4. het terugvinden van een oude theologie: die van presentie in de samenleving, erop uitgaan.

En wat betekent dit alles voor de rol van kerkelijk werkers zoals ik?

Wat moeten wij als kerkelijk werkers in zo’n experimentele omgeving?
Dat is me niet altijd duidelijk. Maar de rollen die ik nu vervul geven daarin wel een indicatie voor de toekomst:

  • We zullen mee moeten gaan verkennen, mee gaan oefenen en mee gaan doen met die nieuwe kerken
    We kunnen daarbij al onze modellen, onze procesmatige kennis en onze kunde, de sociale vaardigheden en de kritische meedenk-functie prima inzetten: juist dat is voor nieuwe gemeenschappen van grote waarde.
  • We doordenken ons vak opnieuw.
    We zijn en worden kerkelijk werkers voor kerken die zij en wij nog aan het ontdekken zijn.
    Dat vraagt vooral nieuwsgierigheid, meezoeken naar en meewerken aan antwoorden op oude en nieuwe vragen.
  • Het is ook een pelgrimstocht.
    We verlaten het vertrouwde land, vertrouwend op de God van heel de kerk en voor heel de wereld.
  • Voor mij is ook belangrijk dat we daarnaast een brugfunctie kunnen vervullen.
    We kunnen tolken zijn tussen de vernieuwers en de traditionelen.
    Juist vanwege onze bagage en onze positie spreken we de talen van beide groepen en kunnen we ook beide soorten mensen vaak wel begrijpen.
    Onze professionele afstand tot ‘de kerk’ en onze persoonlijke nabijheid ‘in de Heer’ vormen hierbij onze kracht en kan daarmee onze brugfunctie ondersteunen.

Wat mij betreft gaat de kerk vernieuwen door weer op de heel oude kerk te lijken… of op de nieuwe…

Ik zie mijn werk in de ‘gewone kerken’ tegenwoordig zo: helpen deze traditionele kerken te vernieuwen. In die ‘nieuwe kerken’ ben ik begeleider, adviseur en soms afremmer. En kijk ik mee om zelf veel te leren en anderen door te geven. Op de grens van die twee probeer ik mensen naar elkaar te laten luisteren, begrip voor elkaar te krijgen en te houden…
En te bemiddelen en nieuwe wegen te wijzen wanneer er een conflict dreigt (of is).

Want… met de woorden van de grondlegger van Taizé:

“Gemeenschappen kunnen het teken zijn dat God liefde is, enkel liefde. En langzamerhand is in mij de overtuiging ontstaan dat het belangrijk is een gemeenschap te stichten met mensen die heel hun leven willen geven, die elkaar proberen te begrijpen, zich steeds weer met elkaarverzoenen; een gemeenschap waarin eenvoud en goedheid van hart vóór alles centraal staan, een gemeenschap die andere mensen zoektmet Gods liefde en daden van barmhartigheid” (Frère Roger in Dieu ne peut qu’aimer).

Missionair Steunpunt is

Peter Wierenga

Teamleden van Missionair Steunpunt